Kleine aannemers meters buitenspel

Persbericht geplaatst door HenkHoekstra op 05-09-2012
Kleine aannemers meters buitenspel

Terwijl kleine Nederlandse bouwers als dominostenen omvallen en schreeuwen om meer politieke steun, scoren de grote jongens nog steeds opdrachten aan de lopende band. Overheden laten de big boys ingewikkelde en langdurige opdrachten uitvoeren om bijvoorbeeld een museum of ziekenhuis te realiseren. De crisis versterkt de opkomst van deze orders. Een hoop nieuw werk voor ingenieurs en projectmanagers, maar de echte bouwvakker blijft extreem kwetsbaar.

pps projecten

Natuurlijk voelen ze de crisis en de lagere volumes in de markt. Maar BAM, VolkerWessels, Heijmans en Ballast Nedam – grote spelers – wisten in de eerste helft van 2012 keurig de opdrachten op peil te houden. „Het aantal complexe langetermijncontracten is de afgelopen jaren toegenomen”, zegt consultant Pieter van der Zwet (KPMG), verwijzend naar zogeheten pps(publiek private samenwerking)-projecten. Dit zijn contracten waarbij overheid en bedrijfsleven als volwaardige partners de handen ineen slaan en samen bijvoorbeeld een school of een ziekenhuis realiseren. Een opkomende variant daarin zijn langetermijncontracten die twintig tot dertig jaar lopen. Zo is Heijmans in het geval van het Nationaal Militair Museum in Soest (en het museumkwartier) niet alleen betrokken bij de bouw. De aannemer neemt ook het ontwerp, financiering en facilitair beheer voor zijn rekening. Contractduur: 25 jaar. Dit soort opdrachten wordt steeds vaker uitgevoerd door een consortium van bouwers en banken. Kleine bouwbedrijven staan daarbij vaak buitenspel, zij zijn meer gebaat bij kortere orders.

Grote aannemers en bouwbedrijven

De crisis is een katalysator voor de groei van integrale, complexe en langdurige projecten. Van der Zwet: „Enkele jaren terug hadden opdrachten vaak een looptijd van maar enkele jaren en waren ze eenvoudiger. Toen kregen kleinere aannemers gemakkelijker een voet tussen de deur.”

Grote bouwers slalommen zich een weg door de crisis en pronken graag met hun integrale capaciteiten. Zij bieden diversiteit: zo wint Ballast Nedam grondstoffen als zand, grind en klei en legt VolkerWessels gas- en transportleidingen aan, om maar wat dwarsstraten te noemen.

Eigenlijk slaat de bouwsector al sinds de jaren 70 steeds meer de vleugels uit. „Vooral bij infrastructuur zijn aannemers al langer verantwoordelijk voor het ontwerpen”, ziet hoogleraar bouwrecht Monika Chao-Duivis. „Een gemeente hoeft voor een rotonde niet eerst langs bij een ingenieursbureau voor het ontwerp, maar laat het totale pakket aan de aannemer of het klusbedrijf over. In de jaren 90 ging een aantal partijen zich ook nog eens richten op de financiering en het onderhoud van grotere projecten.”

Midden en kleine bouwbedrijven

Dit is voor middelgrote en kleinere bouwers echter een brug te ver, weet Chao-Duivis. Die moeten vechten om te overleven. Vaak lukt dit niet: er gingen dit jaar al honderden bouwers failliet en volgens de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers zullen over heel 2012 zo’n 1200 bouwbedrijven op de fles gaan, exclusief eenmanszaken.