Ontslag op staande voet en WW-uitkering

Persbericht geplaatst door De Graauw Legal op 17-02-2016
Ontslag op staande voet en WW-uitkering
Een werkgever kan aan zijn werknemer ontslag op staande voet verlenen als sprake is van een dringende reden. Dat is een ernstige omstandigheid die maakt dat in redelijkheid van de werkgever niet meer verlangd kan worden het dienstverband voort te zetten. Voorbeelden van dringende redenen zijn in de wet genoemd en zijn onder meer verduistering, bedreiging, fraude en werkweigering. Ontslag op staande voet moet bovendien 'onverwijld' plaatsvinden, de reden moet gelijktijdig medegedeeld worden en het ontslag moet een belangenafweging kunnen doorstaan.

Ontslag op staande voet heeft grote gevolgen voor de werknemer: Hij verliest per direct zijn baan, zijn loon en het recht op WW-uitkering. Daarom zal een werknemer vaak verweer tegen het ontslag voeren. Sinds de wijziging van de ontslagwetgeving per 1 juli 2015, geldt een korte vervaltermijn van slechts twee maanden voor het gerechtelijk inroepen van de nietigheid (ongeldigheid) van het ontslag. Laat de werknemer die termijn verlopen dan kan hij het ontslag niet meer aantasten en waarschijnlijk ook geen aanspraak maken op WW.


Vaak is een werknemer het oneens met verleend ontslag op staande voet. Hij vindt dat het disproportioneel is, dat er geen dringende reden is, of dat het niet onverwijld is verleend. Als de werknemer zijn baan wil behouden, zal hij de nietigheid van het ontslag in moeten roepen en toelating tot het werk moeten vorderen. Hij kan dit eerst - buitengerechtelijk - proberen met een brief aan de werkgever. Hierbij krijgt de werknemer in de praktijk vaak juridische ondersteuning. Echter, als de werkgever hier niet op ingaat, sorteert een buitengerechtelijke vernietiging onder de nieuwe wet, anders dan onder de oude wet, geen effect meer. Als partijen er samen niet uitkomen, zal de werknemer die het niet eens is zich tot de kantonrechter moeten wenden om het ontslag te laten vernietigen. Daarvoor geldt een korte vervaltermijn - dat is een verjaringstermijn die niet gestuit/ opgeschort kan worden - van slechts twee maanden. Het is daarom zaak voor de werknemer om niet onnodig tijd te verliezen na het verleende ontslag op staande voet.

Het recht op WW-uitkering kan na ontslag op staande voet veelal veilig gesteld worden door een schikking aan te gaan met de werkgever. Daarin wordt het ontslag op staande voet ingetrokken en vervangen door een neutrale beƫindiging met wederzijds goedvinden met een vaststellingsovereenkomst. Als dat niet lukt, kan het recht op WW mogelijk via een gerechtelijke procedure veilig gesteld worden.