Wanneer is, bij gemeenschap van goederen, een woning prive?

Persbericht geplaatst door Clickr op 18-06-2013

mr K.T.J.M. Pijls - olde Scheper (Kyra), 2013, De Ondernemer

De man en de vrouw zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Tijdens huwelijk heeft de man van zijn ouders een woning gekocht. In de notariƫle akte is de koopprijs, die de man aan zijn ouders moet betalen omgezet in een geldlening. In dezelfde akte hebben de ouders hun vordering op de man kwijtgescholden onder toepassing van een uitsluitingsclausule. Enkele jaren later (nog tijdens het huwelijk) wordt de woning verkocht aan een derde. De verkoopopbrengst van de woning wordt door de man weer aan zijn ouders geleend.

De vraag - voorgelegd aan de rechtbank en in hoger beroep aan het hof - is of de vordering van de man op zijn ouders in de huwelijksgoederengemeenschap valt.

De rechtbank oordeelt van wel. Dit betekent dat de vrouw recht heeft op de helft van de vordering die de man op zijn ouders heeft. In hoger beroep is het hof echter is van mening dat de uitsluitingsclausule betrekking heeft op de woning en dat de woning geen onderdeel uitmaakt van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen. Het hof stelt bovendien dat ook door zaaksvervanging (= de latere verkoopopbrengst van de woning en daaropvolgend de geldlening van de man aan zijn ouders) de woning niet in de gemeenschap van partijen valt.

Dit betekent dus dat - ook al is er een algehele gemeenschap van goederen - goederen toch (ook indirect) uitgesloten kunnen zijn.

Heeft u een vraag aan onze familierechtspecialisten van Haans Advocaten te Roosendaal: neem gerust contact op of kijk op www.haansadvocaten.nl.